vrijdag 29 november 2013

Enquetes



We kregen de opdracht om 3 kinderen te interviewen: iemand uit een derde kleuter klas, iemand uit een 2de / 3de leerjaar en iemand uit het 5de / 6de leerjaar. Ik liet 3 fragmenten horen aan de 3 kinderen. Het eerste fragment was Standaardnederlands, het tweede fragment was tussentaal en het derde fragment was dialect. Ik stelde achteraf dezelfde vragen aan ieder kind.


De vragen zijn:

Wie van de drie is een meester?
Wie van de drie woont in een groot huis?
Wie van de drie heeft zwarte schoenen?
Wie van de drie helpt graag mensen?
Wie van de drie heeft veel vrienden?


Ik heb eerst een jongen geïnterviewd uit de derde kleuterklas. Dit verliep wat moeizaam omdat de kleuter het niet zo goed begreep dat het om de taal ging en niet om de tekst. Hij zei namelijk: “Jill, dit is toch 3 keer het zelfde?” uiteindelijk heb ik dan de vraagjes gesteld en heeft hij er op kunnen antwoorden. Hij verstond alleen fragment drie niet (dialect).

Daarna heb ik een meisje geïnterviewd uit het 3de leerjaar. Dit verliep al stukken beter. Zij vond vooral het fragment drie (dialect) niet zo mooi. Ze zei over fragment (dialect) drie dat het een zwever was, iemand die geen centen had en daarom zo praatte. 



Als laatste heb ik een jongen geïnterviewd uit het 6de leerjaar. Hij begreep de opdracht meteen. Hij vond fragment 1 (Standaardnederlands) voor een zakenman. Hij zei dat hij het meest in contact komt met fragment 2 (tussentaal).


Het eerste kind, de jongen uit het derde kleuter.

Het kind veronderstelde bij fragment 1 (Standaardnederlands) dat het een meester is en in een groot huis woonde. Ik vroeg wie er zwarte schoenen droeg en hij zei de meneer van het tweede fragment (tussentaal). Het derde fragment (dialect) kwam niet aanbod.


Het tweede kind, het meisje uit het derde leerjaar.

Het kind veronderstelde bij fragment 1 (Standaardnederlands) dat de man zwarte schoenen droeg. Bij fragment twee (tussentaal) zei ze dat het een meester is met een groot huis, die graag andere mensen helpt en die veel vrienden heeft. Het derde fragment (dialect) kwam niet aanbod.



Het derde kind, de jongen uit het zesde leerjaar.

Het kind veronderstelde bij fragment 1 (Standaardnederlands) dat de man in een groot huis woont en hij heeft zwarte schoenen aan. Bij fragment twee (tussentaal) zei ze dat het een meester is die graag andere mensen helpt en die veel vrienden heeft. Het derde fragment (dialect) kwam niet aanbod.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten